Miskraam en missed abortion

Hoe openbaart een miskraam zich?

Bloedverlies eerste teken van miskraam?

Gelukkig is bloedverlies lang niet altijd een eerste teken van een miskraam. Bloedverlies in de vroege zwangerschap kan veel oorzaken hebben.  Heb je bloedverlies én buikpijn, dan is de kans dat je bezig bent om een miskraam te krijgen wel vergroot. Op deze pagina lees je wat er gebeurt als je echt een miskraam krijgt.

Een miskraam kan zich op vele manieren openbaren

1) Miskraam ingang

Als je lichaam echt bezig is om het afgestorven vruchtje uit te stoten, dan heb je bloedverlies en krampende buikpijn (voor diegene die al eerder bevallen zijn, het voelt echt als weeën.) We noemen dit een abortus ingang. Het bloedverlies kan een aantal dagen duren voordat het vruchtje daadwerkelijk wordt uitgestoten. Op het moment dat je baarmoeder het vruchtje naar buiten aan het werken is, krijg je weeën omdat de baarmoedermond toch iets open moet. Dit kan behoorlijk pijnlijk zijn. Het moment van uitstoting gaat nogal eens gepaard met hevig bloedverlies. Als je hier niet op voorbereid bent, kun je hier best van schrikken. Het bloedverlies kan even zo hevig zijn dat je het niet aankan met maandverband. Het stroomt er echt uit. Vrij snel hierna bereiken de krampen een hoogtepunt en voel je dat er ‘iets’ uit je baarmoeder floept. Dit is het vruchtje. Probeer dit op te vangen. De meeste verloskundigen of huisartsen willen dit graag zien om te beoordelen of alles eruit is gekomen.

Nadat het vruchtje is uitgestoten, neemt de pijn af en vermindert het bloedverlies tot het niveau van een normale menstruatie. Je houdt nog een aantal dagen bloedverlies en dan stopt het en ga je na een aantal weken weer normaal menstrueren.
Een enkele keer stopt het bloeden niet en blijkt de miskraam niet compleet te zijn geweest. Je wordt dan doorverwezen naar de gynaecoloog voor een curettage (schoonmaken van de baarmoeder). Lees ook wanneer je je verloskundige of arts moet bellen bij een ingang zijnde miskraam.

2) Missed abortion

Soms is er ogenschijnlijk niets aan de hand. Je hebt geen bloedverlies en je voelt je normaal zwanger. Bij ongeveer 8 weken ga je voor het eerst naar de verloskundige en daar wordt geen hartje gehoord. De echo die later gemaakt wordt, laat ook geen hartactie bij het vruchtje zien. Het is nu zeer waarschijnlijk dat het vruchtje al veel eerder is afgestorven, maar nog niet is uitgestoten. We spreken dan van een gemiste miskraam oftewel missed abortion. Soms wordt er op de echo alleen nog een vruchtzakje gezien (geen vruchtje). Dit betekent dat het al heel vroeg in de zwangerschap is misgegaan.

Het kan ook zijn dat je minder ver zwanger bent. Was je bijvoorbeeld erg onregelmatig ongesteld, of ben je zwanger geworden met de pil, dan kan het zijn dat het vruchtje nog zo klein is dat er geen hartje te zien is. Hierdoor kan het voorkomen dat degene die de echo beoordeelt je zal adviseren om over 1-2 weken terug te komen voor een echo om te zien of het dan gegroeid is. Als men tot de verdrietige conclusie is gekomen dat het niet goed is met je zwangerschap, kun je vaak kiezen of je af wilt wachten tot je lichaam het vruchtje uitstoot of dat je wilt dat er direct wordt ingegrepen, hetzij met medicijnen of door een curettage.

Afwachten: Als je besluit af te wachten tot de miskraam vanzelf op gang komt, begint er een onzekere periode. Tenslotte weet je niet hoe en wanneer het begint.

Bij 50% van de vrouwen stoot het lichaam het vruchtje binnen 2 weken uit.

Over het algemeen genomen begint het met licht bloedverlies en lichte buikpijn. Dit houdt soms een aantal dagen aan om daarna over te gaan in heftig bloedverlies en krampende pijnen. Soms gebeurt er in de afgesproken periode niets. Dan is er de mogelijkheid om medicatie (misoprosol) voorgeschreven te krijgen. Dit zijn tabletten die ervoor zorgen dat de baarmoedermond open gaat staan en je baarmoeder gaat samentrekken. Een beetje hulp voor als het niet spontaan gebeurt en je dat wel wilt. Meer over het opwekken van een miskraam met medicatie kun je lezen onder dat hoofdstuk.

Curettage: Bij de gynaecoloog wordt een afspraak gemaakt voor een curettage. Je kan je dus instellen op een datum. Voor sommige vrouwen is dit prettiger omdat ze willen weten waar ze aan toe zijn. Curettage vindt over het algemeen onder plaatselijke verdoving plaats en duurt 5 tot 10 minuten. Met de verdoving krijg je tevens een rustgevend middel toegediend. In veel ziekenhuizen wordt een roesje gegeven. Een lichte narcose zodat je het niet bewust hoeft mee te maken.

Als je besluit via een curettage je zwangerschap te beëindigen, zal er altijd medicatie worden voorgeschreven. De tabletten moet je dan ongeveer drie uur voor de ingreep inbrengen. Dit heeft als gevolg dat de baarmoedermond al wat open gaat staan zodat de ingreep makkelijker kan worden uitgevoerd. Denk er aan dat door het inbrengen van deze tabletten er krampen en bloedverlies zullen optreden.

Onderzoek van het AMC in 2015 toont aan dat een curettage het risico op een vroeggeboorte bij een latere zwangerschap met maar liefst 29% verhoogt. Als je opnieuw zwanger wilt worden is het daarom verstandig om met je gynaecoloog te bespreken of het mogelijk is om de miskraam op te wekken met behulp van medicijnen. Daarnaast bleek uit nieuw onderzoek van het AMC in 2017 dat bij 20% van de vrouwen die een curettage ondergingen er verklevingen optreden in de baarmoeder. Deze verklevingen kunnen het opnieuw zwanger worden bemoeilijken en zelfs onmogelijk maken. Daarom pleiten de onderzoekers ervoor om 2 weken af te wachten of je lichaam er zelf voor zorgt dat het vruchtje wordt afgestoten.

Als dat niet lukt kan er medicatie gegeven worden om de miskraam op te wekken. Pas als dit ook niet lukt zou er moeten worden overgegaan tot curettage. Een curettage vindt poliklinisch plaats. Soms vinden vrouwen het vreselijk eng om dit bewust mee te moeten maken. Is dit het geval, overleg dit dan met je gynaecoloog of verloskundige/huisarts. Er bestaat ook de mogelijkheid tot een curettage onder narcose.

Dat dit nooit de eerste keuze is van een arts is begrijpelijk. Het is een relatief eenvoudige ingreep en narcose brengt altijd een risico met zich mee, hoe minimaal ook.

Tip: Besluit niet te snel tot een curettage……Als je voor het eerst op controle gaat en je krijgt dan te horen dat de zwangerschap niet goed is (missed abortion), hebben veel stellen de neiging om direct over te gaan tot een curettage. Zo van, als het niet goed is, moet ik er direct vanaf. Dit is een logische reactie, maar zeker de wijste! Ervaring leert dat je dan later toch het gevoel hebt dat het allemaal langs je heen is gegaan. Je ging ten slotte vrolijk en nietsvermoedend voor je eerste controle en in een mum van tijd blijkt de wereld er heel anders uit te zien. Dit moet je even tot je door laten dringen…..

Als het medisch verantwoord is, is het  verstandig  nog 2 weken af te wachten of je lichaam het vruchtje zelf uitstoot. Bij 50% van de vrouwen wordt het vruchtje binnen 2 weken door het lichaam opgeruimd. Niet alleen is de miskraam voor veel vrouwen beter te verwerken als het lichaam het zelf uitstoot, ook lichamelijk is afwachten de beste keuze. Mocht je er echt niet aan moeten denken om langer af te wachten, probeer dan in ieder geval een nachtje te wachten zodat jij en je partner bewust zijn van het feit dat je afscheid moet nemen van een nieuw leven waar jullie al van alles over gefantaseerd hadden. Vraag dan aan je arts of het mogelijk is om de miskraam met medicijnen (misoprosol) op te wekken. Dit medicijn zorgt ervoor dat je baarmoeder gaat samentrekken en het vruchtje uitstoot. Pas als dit niet lukt zou er een curettage gedaan moeten worden.

Anti-D-Immunoglobuline: Als de resusfactor van je bloed negatief is, bijvoorbeeld O-neg, kan het noodzakelijk zijn om anti-D toegediend te krijgen na een miskraam. Middels deze stof, die als injectie wordt toegediend, kan voorkomen worden dat er resusantistoffen door het lichaam worden aangemaakt, die problemen in een volgende zwangerschap kunnen geven.

Als een miskraam voor de tiende week van de zwangerschap plaatsvindt, is het geven van anti-D niet noodzakelijk. Ook als een vruchtje in een vroeg stadium al is afgestorven, wordt er over het algemeen geen anti-D gegeven. Men gaat er dan van uit dat er geen antistoffen gevormd kunnen worden. Ben je resusnegatief, bespreek dan in dit geval met jouw arts of verloskundige of het zinvol is wel anti-D toegediend te krijgen. Als je het niet weet, is de resusfactor door een simpel bloedonderzoek vast te stellen.

Oorzaken van een miskraam

Heel vaak wordt er geen oorzaak gevonden voor een miskraam en is er sprake van domme pech!

Hieronder noemen we een aantal zaken die invloed hebben op het krijgen van een miskraam,  maar voel je aub niet schuldig als één van onderstaande zaken op jouw van toepassing is. De oorzaak van een miskraam is heel vaak onbekend!

Roken verhoogt de kans op het krijgen van een miskraam.

Ook het gebruik van andere schadelijke stoffen verhoogt het risico op een miskraam. Denk hierbij aan overmatig alcoholgebruik, drugs of medicijnen.
Vertel je arts altijd dat je zwanger wilt worden als je medicijnen voorgeschreven krijgt en slik geen medicijnen die niet door een arts/verloskundige zijn voorgeschreven.

Kijk ook eens kritisch naar je werk. Kom je daar in aanraking met stoffen die mogelijk kwaad kunnen?
Je werkgever is verplicht je te informeren over de eventuele schadelijkheid van stoffen waar je mee in aanraking komt. Vraag hiernaar.

Ook een hogere leeftijd is een factor die van invloed is op het krijgen van herhaalde miskramen. Onder de 35 heb je een risico van 10% op het krijgen van een miskraam. Ben je tussen de 35 en 40 dan is het risico opgelopen tot ongeveer 20%, om toe te nemen tot ruim 33% voor vrouwen tussen de 40 en 45 jaar.

Na herhaalde miskramen (habituele abortus) zal er meestal geadviseerd worden om onderzoek te doen naar de mogelijke oorzaak van de miskramen.
Bereid je er wel op voor dat er heel vaak geen oorzaak gevonden wordt.

Mogelijke oorzaken voor herhaalde miskramen zijn

Chromosoom afwijkingen

Bij jullie beiden zal er chromosomenonderzoek plaatsvinden. Dit vindt plaats door middel van een bloedafname.
Tegelijkertijd zal met dit bloed een legio van andere onderzoeken gedaan worden zodat het meestal met één keer bloedafname te doen is. Bij ongeveer 2-3% van de ouders die herhaalde miskramen hebben gehad wordt een chromosomenafwijking gevonden. De uitslag van dit onderzoek duurt vaak langer dan twee maanden.
Omdat de kans dat er een chromosomenafwijking wordt gevonden erg klein is, hoef je niet te wachten met opnieuw zwanger raken. Mocht je zwanger worden voordat de uitslag bekend is, dan kan het onderzoek versneld worden uitgevoerd. Mocht dan toch blijken dat één van jullie een chromosoomafwijking heeft, dan kan de vrucht onderzocht worden bijvoorbeeld d.m.v. een vlokkentest of vruchtwaterpunctie.
Indien er (voor een volgende zwangerschap) een chromosoomafwijking is geconstateerd, zullen jullie doorverwezen worden naar een klinische geneticus. Dit is een arts die gespecialiseerd is in erfelijke aandoeningen en chromosoomafwijkingen.

Afwijkingen aan de baarmoeder

Een mogelijke oorzaak voor habituele abortus kan zijn dat je een aangeboren afwijking aan je baarmoeder hebt. Er zijn afwijkingen aan de baarmoederwand of aan de eierstokken. Dit zijn onderzoeken die dergelijke afwijkingen kunnen opsporen:
Echoscopisch onderzoek:
Met behulp van de echo kunnen afwijkingen aan de baarmoeder worden gevonden. Hierbij kun je denken aan aangeboren afwijkingen van de baarmoeder zoals een tussenschot, een inkeping in de bovenkant of een dubbele baarmoeder. Maar ook verworven afwijkingen zoals verklevingen bijvoorbeeld na een eerdere curettage.
Ook een vleesboom kan vermoedelijk een oorzaak zijn voor een miskraam, dus ook daar wordt naar gezocht. Mede door DESgebruik komen deze aangeboren afwijkingen voor. DES werd tussen 1947 en 1975 voorgeschreven aan zwangere vrouwen om miskramen te voorkomen. Dochters van vrouwen die DES hebben gebruikt, toen ze van hen zwanger waren, hebben een grotere kans op aangeboren afwijkingen aan de baarmoeder.
Hysteroscopie:
Met behulp van een kijkbuisje dat via je vagina (meestal onder plaatselijke verdoving) wordt ingebracht, kan de gynaecoloog de baarmoederwand bekijken.
Hysterosalpingogram:
Ook hierbij wordt de binnenkant van de baarmoeder bekeken. Er wordt eerst contrastvloeistof via je vagina in de baarmoeder gebracht en vervolgens wordt er een röntgenfoto gemaakt.
Laparoscopie:
Onder narcose vindt er een kijkoperatie in je buikholte plaats. Hierbij beoordeelt de gynaecoloog de buitenkant van je baarmoeder, de eierstokken en de eileiders.

Antifosfolipide-antistoffen

Bij ongeveer 15% van de vrouwen die meerdere miskramen hebben gekregen, worden deze antistoffen gevonden.
Antistoffen zijn belangrijk in je lichaam. Ze vallen indringers aan die er niet thuis horen en zijn zo een belangrijke afweer tegen bacteriën en andere ziektebronnen. Soms maakt het lichaam echter verkeerde antistoffen aan. Deze vallen niet indringers van buiten aan, maar lichaamseigen stoffen. Bij de antifosfolipide-antistoffen werken de antistoffen tegen bepaalde vetten. Deze kunnen hierdoor hun werk niet goed meer doen en kunnen stolsels veroorzaken.
Deze stolsels kunnen een bloedvat afsluiten. Als dit gebeurt in de placenta kan de vrucht zich niet goed ontwikkelen en ontstaat er een miskraam. Het onderzoek naar antifosfolipide-antistoffen vindt plaats door bloedonderzoek bij jou. Dit onderzoek kan niet eerder dan 10 weken na een miskraam plaatsvinden.
Als er antifosfolipide-antistoffen bij je worden gevonden, wordt je in een volgende zwangerschap behandeld met bloedverdunners. Deze verkleinen de kans op stolsels in de bloedbaan aanzienlijk.

Teveel luteiniserend hormoon (LH)

LH is belangrijk bij de eisprong. Rond die tijd is er meer LH aanwezig wat ervoor zorgt dat er een eisprong plaats vindt. Een teveel van dit hormoon kan voorkomen bij vrouwen met het PCO syndroom (polycysteus-ovariumsyndroom), een afwijking aan de eierstokken. Vaak is er bij deze vrouwen middels echoscopisch onderzoek een veelvuldigheid van cysten op de eierstokken te zien.
De hoogte van het hormoon kan gemeten worden door een bloedonderzoek dat plaatsvindt tussen de ovulatie en menstruatie. In geval van een verhoging neemt de kans op een miskraam toe. Helaas is er geen behandeling mogelijk.

Stollingsafwijkingen

Bij een stollingsafwijking heeft het bloed de neiging om sneller te stollen. Een stolsel kan een bloedvat in de placenta verstoppen waardoor de vrucht niet goed kan ontwikkelen. Bij stollingsafwijkingen is de kans op een miskraam verhoogd.
Vaak zijn deze stollingsafwijkingen erfelijk. Is jou bekend dat er in jouw familie vaker trombose, embolie of beroerte voorkomt, vertel dit dan zeker aan je arts of verloskundige.Voorbeelden van erfelijke stollingsafwijkingen zijn: Factor V leiden, proteïne S deficiëntie, proteïne C deficiëntie, factor VII deficiëntie en APC resistentie. De meeste van deze afwijkingen komen weinig voor, behalve APC resistentie. Die komt bij ongeveer 5 % van de bevolking voor.
Middels bloedonderzoek zal onderzocht worden of je een stollingsafwijking hebt.

Wanneer een verloskundige of arts inschakelen?

Zoals al eerder geschreven komt bloedverlies in de jonge zwangerschap zeer regelmatig voor. Gelukkig betekent het lang niet altijd dat er een miskraam dreigt. Als je bloedverlies hebt wat meer is dan een paar druppels is het altijd verstandig je verloskundige of huisarts te bellen. Mocht het bloedverlies 's nachts beginnen, en het is niet meer dan bij een normale menstruatie, dan kun je het beste afwachten tot de volgende ochtend om te bellen. Midden in de nacht kan je arts/verloskundige immers ook niets voor je doen. Echo's worden 's nachts niet gemaakt... Is het bloedverlies echt veel, dus veel meer dan bij een hevige menstruatie, dan moet je altijd bellen, ook midden in de nacht.

Afhankelijk van de hoeveelheid bloedverlies en of je wel of geen krampen hebt zal je verloskundige/arts beslissen of nader onderzoek gewenst is. Als het bloedverlies niet heel hevig is, kan het zijn dat besloten wordt het aan te kijken. Neemt het bloedverlies niet toe en krijg je geen krampen dan kan het zijn dat het om onschuldig bloedverlies gaat. In ongeveer de helft van alle jonge zwangerschappen komt bloedverlies voor, 20% van alle zwangerschappen eindigt in een miskraam. Met andere woorden, de kans dat het onschuldig is is groter dan de kans dat het om een miskraam gaat.

Zet het bloedverlies wel door en krijg je krampen dan zal het hoogstwaarschijnlijk om een in gang zijnde miskraam gaan. Omdat je lichaam het werk zelf zal moeten doen is afwachten vaak de enige optie. Niemand kan iets doen om de miskraam tegen te houden. Zelf zou je natuurlijk het liefst willen dat er allerlei dingen gedaan werden om te onderzoeken wat er aan de hand is, maar vaak is het verhaal al zo duidelijk dat je verloskundige bijna zeker weet dat het om een miskraam gaat. Zij zal je dan goede instructies geven over wat er gaat gebeuren en wat je moet doen.

Is het bloedverlies echt veel, dus veel meer dan bij een hevige menstruatie, dan moet je altijd bellen, dus ook midden in de nacht.

Als je nog niet op controle bent geweest bij een verloskundige, dan kun je zelf kiezen wie je belt: je huisarts of een verloskundige bij jou in de buurt. Het voordeel van een verloskundige is vaak wel dat veel verloskundigen tegenwoordig zelf echo's maken. Hierdoor kun je vaak sneller terecht dan bij een verwijzing naar het ziekenhuis door je huisarts.

Wanneer hulp in te roepen NA een miskraam of curettage

Het is verstandig om in de volgende situaties een verloskundige of arts te waarschuwen:

  • Aanhoudende klachten. Als na een miskraam of curettage de krampende pijn niet verdwijnt of als er hevig bloedverlies blijft, is de kans aanwezig dat niet al het miskraamweefsel naar buiten gekomen is. In dit geval zal er waarschijnlijk alsnog een nacurettage plaatsvinden.
  • Hevig bloedverlies. Als het bloedverlies te erg blijft, meer dan een hevige menstruatie, kan dat gevaarlijk zijn. Als je je door het bloedverlies onwel voelt, sterretjes ziet of steeds duizelig bent, direct een verloskundige/arts waarschuwen.
  • Koorts. Als je koorts krijgt na een miskraam of curettage kan dat wijzen op een ontsteking in de baarmoeder. Dit moet behandeld worden dus neem in dit geval contact met je verloskundige/arts op.
  • Ongerustheid. Als je zelf onzeker bent over het verloop van een miskraam, neem dan altijd contact met je verloskundige/arts op.

Miskraam, uitdrijving vruchtje met behulp van medicijnen

Als het vruchtje niet spontaan wordt uitgestoten door je lichaam, of je wilt niet langer wachten of je lichaam het vruchtje zelf gaat uitstoten, kun je met je arts overleggen of het mogelijk is om medicijnen in te nemen om ervoor te zorgen dat je weeën krijgt die nodig zijn om het vruchtje uit te stoten. Bedenk wel dat je door de medicijnen weeën krijgt, dus buikpijn. Het doormaken van een miskraam is lichamelijk best pijnlijk en gaat gepaard met (soms hevig) bloedverlies. Aan de andere kant bespaar je jezelf een curettage en een narcose middel.

Hoewel een curettage een relatief kleine ingreep is, kunnen er altijd complicaties optreden én is het risico van verklevingen in je baarmoeder verhoogt. Daarnaast heeft onderzoek van het AMC in 2015 bewezen dat het risico op een vroeggeboorte bij een latere zwangerschap met maar liefst 29% wordt verhoogd door een curettage. De verklevingen die kunnen optreden na een curettage kunnen ervoor zorgen dat je minder vruchtbaar wordt. Reden genoeg om toch te kiezen voor het opwekken met medicijnen in plaats van een curettage. Ook al betekent dit dat je de miskraam echt moet doormaken, wat best pijnlijk kan zijn.

Welke medicijnen worden gebruikt bij het opwekken van een miskraam?

Mifepriston

Mifepriston is een anti-hormoon. Het remt het vrouwelijke geslachtshormoon progesteron, wat belangrijk is bij het in stand houden van de zwangerschap. Mifepriston zorgt er zo voor dat de baarmoedermond open gaat staan. In veel gevallen is ook nog een weeënopwekkend middel nodig, zoals misporostol.

Misporostol (cytotec)

Misporostol wekt weeën op die nodig zijn om de vrucht uit te drijven. Het wordt vaak gebruikt in combinatie met mifetriston. Houd er rekening mee dat het uren tot dagen kan duren voor je echt weeën krijgt en de miskraam echt op gang komt. Misporostol wordt ook gebruikt bij een curretage. Het verslapt de baarmoedermond waardoor een curettage minder pijnlijk verloopt. Deze werking begint binnen 4 uur.

Verwerken van een miskraam

Het krijgen van een miskraam is een ingrijpende ervaring. Hoewel een verlies door iedereen anders wordt ervaren en verwerkt, willen we  er toch wat dieper op ingaan. Natuurlijk geldt voor dat wat we hier schrijven lang niet voor iedereen. Er zijn genoeg vrouwen die na een miskraam de draad van het leven weer snel oppakken en er niet al te veel moeite mee hebben. Maar in de praktijk merken we dat er minstens zoveel vrouwen (en mannen) zijn die erg veel moeite hebben met de verwerking van een miskraam en dat daar soms maar weinig begrip voor is.

Lichamelijk herstel miskraam

Het lichamelijke herstel na een miskraam of curettage is meestal vlot. Meestal heb je nog één tot twee weken wat bloedverlies. Het is verstandig in die periode geen seks te hebben. Als het bloedverlies voorbij is, ben je lichamelijk weer helemaal in orde.

Na 4 tot 6 weken kun je je menstruatie weer verwachten. Soms iets eerder, soms iets later. Maar het eigenlijke verwerken begint dan eigenlijk pas, de emotionele kant.

Het lichamelijke herstel na een miskraam of curettage is meestal vlot. Hierna heb je meestal nog één tot twee weken wat bloedverlies.

Emotionele verwerking miskraam

Vanaf het moment dat je zwanger bent, hebben jullie allerlei dromen en fantasieën over het kindje. Ook al weet je wel dat 10 tot 20 % van de zwangerschappen eindigt in een miskraam (en vele wachten hierdoor ook met het vertellen aan de familie), toch houd je er niet echt rekening mee. Stellen die een miskraam hebben gehad, gaan vaak door een echt rouwproces met alles wat erbij hoort. Sommige vrouwen hebben het gevoel dat hun lichaam faalt of gaan allerlei oorzaken bij zichzelf zoeken waardoor het misgegaan kan zijn. Medici kunnen al die ideeën wel weerleggen, maar het blijft soms toch in je hoofd rondspoken.

In 50% van de miskramen wordt het veroorzaakt door een chromosomenafwijking bij het vruchtje. Heel vaak wordt geen reden gevonden voor een miskraam. Het is dan ook heel belangrijk dat je samen over de miskraam praat. Geef elkaar de ruimte om te huilen en verdrietig te zijn. Vrouwen hebben het vaak moeilijker met de miskraam dan mannen, maar er zijn genoeg mannen die het er ook moeilijk mee hebben.

Als jullie nog niet aan de familie verteld hadden dat je zwanger was, is het vaak wel verstandig om te vertellen dat je een miskraam hebt gehad. Je omgeving zal dan beter begrijpen dat je verdrietig bent en je soms zelfs afwijzend zult reageren als iemand anders vertelt dat ze zwanger is. Helaas hoor je nogal eens dat er weinig begrip is voor het verdriet van iemand die een miskraam heeft meegemaakt. Dooddoeners als: je bent jong dus je kunt wel weer zwanger worden of, ach je moet maar zo denken, dit gebeurt heel vaak, helpen je absoluut niet. Probeer het de mensen niet kwalijk te nemen. Waarschijnlijk heb je zelf ook zo gedacht voordat je het zelf meemaakte. Er wordt nu eenmaal erg makkelijk over een miskraam gesproken.

Hoelang het duurt voordat je over de miskraam heen bent, is niet te zeggen. Dit is voor iedereen anders. Er zijn gevallen bekend van vrouwen die een half jaar verdrietig zijn, nergens zin in hebben en zich lusteloos en teleurgesteld voelen.

Tip: Bewaar een aandenken aan deze zwangerschap. Bijvoorbeeld de foto van de echo, de afsprakenkaart van de verloskundige. Of schrijf je verhaal en gevoelens over dit kindje op. Dit kan helpen in de verwerking en bovendien, hoe kort dit leven ook bij jullie is geweest, het was wel jullie kindje waar je met vreugde naar uitkeek. Dit verdient een herinneringsplekje.

Kun je een miskraam voorkomen?

Het enige wat we aan kunnen raden is zo gezond mogelijk te leven. Niet roken, geen alcohol, voldoende rust, geen stress (zo min mogelijk), geen medicijnen die niet voorgeschreven zijn door je arts, gynaecoloog of verloskundige.
Gebruik dagelijks 0,4 tot 0,5 mg foliumzuur. Foliumzuur of het niet slikken hiervan is geen oorzaak voor een miskraam, maar het slikken vermindert de kans op een kindje met een open rug of hazenlip.
Als laatste willen we graag dat je onthoudt dat de meeste vrouwen na herhaalde miskramen een gezonde zwangerschap beleven en uiteindelijk hun lang verwachte kindje mogen begroeten.

Het enige wat we aan kunnen raden is zo gezond mogelijk te leven.

Als je de gezond leeft en geen dingen doet die mogelijk schadelijk zijn voor je baby, dan kun je verder niets doen om een miskraam te voorkomen. Bedenk dat een miskraam vaak veroorzaakt wordt doordat er in aanleg al iets mis is.

Windei, een lege vruchtzak

Bij een lege vruchtzak, ook wel blighted ovum of windei genoemd,  is het vruchtje al heel vroeg in de zwangerschap gestopt met ontwikkelen.

Er is wel een placenta en vruchtzak, maar geen vruchtje. Heel vroeg in de zwangerschap is er iets misgegaan bij de celdeling van het vruchtje. Direct na de bevruchting gaat de bevruchte eicel zich delen in twee cellen, die twee delen zich in vier en ga zo maar door. Op een gegeven moment ontstaat er een klompje identieke cellen. Deze identieke cellen gaan zich specialiseren. De ene groep groeit uit tot de placenta en de vliezen, een andere groep gaan het vruchtje vormen. Bij een windei stoppen, vlak na de specialisatie, de cellen die het vruchtje moeten gaan vormen met delen en sterven af.

Een windei is meestal het gevolg van een (chromosomale) afwijking bij het vruchtje. Het lichaam herkend dat het vruchtje niet goed is en stopt de ontwikkeling.

Een windei is een echte zwangerschap met alle verschijnselen van dien en dus niet hetzelfde als een schijnzwangerschap.

Omdat de klachten gelijk zijn als die van een normale zwangerschap, wordt een windei meestal pas met de echo ontdekt of ontstaat er een miskraam waarbij er geen vruchtje verloren wordt. Een windei eindigt vaak in een spontane miskraam. Als er met de echo na de 10e week van de zwangerschap een lege vruchtzak wordt gevonden, vindt er vaak een verwijzing naar de gynaecoloog plaats.

In veel ziekenhuizen is het beleid om dan tot curettage over te gaan. Dit omdat bekend is dat het risico op fors bloedverlies bij een windei waarbij de zwangerschap verder is gevorderd dan 10 weken, vergroot is.

Bij een volgende zwangerschap is er geen verhoogd risico op herhaling. De kans dat een volgende zwangerschap goed verloopt, is vele malen groter dan de kans op nog een miskraam.

Na een windei hoef je niet te wachten met opnieuw zwanger worden.

Bij een volgende zwangerschap na een windei is er geen verhoogd risico op herhaling.

Mola zwangerschap

Bij een mola-zwangerschap gaat het vanaf het begin van de zwangerschap niet goed met de celdeling.

Normaal gesproken deelt een bevruchte eicel zich constant. De klomp cellen die zo ontstaat, gaat zich op een gegeven moment specialiseren. Uit één deel groeit de placenta en uit het andere deel het kindje. Bij een mola-zwangerschap vindt die specialisatie niet plaats en groeit alleen het placentaweefsel door. De placenta groeit in de baarmoederholte alsmaar door. Ze kan zelfs woekeren. Er ontstaan blaasjes in het weefsel door vochtophoping. Op de echo is dan ook geen vrucht te zien. Alleen placenta. Ook zijn er geen vliezen of vruchtwater. Dit in tegenstelling tot een windei.

De woekering van het placentaweefsel kan ervoor zorgen dat er een abnormaal grote baarmoeder is voor de tijd van de zwangerschap. De blaasjes van de mola kunnen zich via jouw bloedbaan verplaatsen. Soms worden ook blaasjes in de longen van de vrouw gevonden.

De oorzaak is niet bekend. Wel is aangetoond dat vrouwen onder de 15 en boven de 40 jaar een verhoogde kans op een mola zwangerschap hebben. Een mola-zwangerschap komt erg weinig voor; ongeveer 1 op de 2000 zwangerschappen.

Een mola zwangerschap kan gezien worden als een bijzondere vorm van een vanaf het begin niet goed aangelegde zwangerschap.

Hoe wordt een mola zwangerschap herkend?

Een mola zwangerschap wordt bijna altijd door een echo vastgesteld. In plaats van een vruchtje worden er alleen maar blaasjes gezien. Er zijn geen andere klachten dan bij een normale zwangerschap, daarom is er vaak geen verdenking op een mola.
Wel kan het zijn dat de baarmoeder groter is dan normaal. Soms is vaginaal bloedverlies een reden voor echoscopisch onderzoek. Vaker wordt een mola per toeval ontdekt bij de eerste echo.

Als er een mola-zwangerschap wordt vastgesteld, wordt er ook een longfoto gemaakt om te kijken of de blaasjes zich hebben verplaatst naar de longen. Door bloedonderzoek wordt er gekeken naar de hoeveelheid zwangerschapshormoon (hCG) in het bloed. Omdat de placenta het hCG produceert zie je bij een mola zwangerschap vaak abnormaal hoge waarden van het hCG. De hoogte van het hCG geeft aan hoeveel placentaweefsel er is en hiermee ook hoe actief de mola is.

Bij een mola-zwangerschap zal er altijd een curettage plaats vinden. Deze curettage vindt plaats onder algehele narcose. Bij de curettage worden er zoveel mogelijk blaasjes weggezogen, maar er blijven altijd wat blaasjes achter. Deze worden over het algemeen door het lichaam zelf opgeruimd.

Wacht even met zwanger worden na een mola zwangerschap

Een snelle volgende zwangerschap wordt na een mola-zwangerschap afgeraden. Eerst wil men er zeker van zijn dat alle achtergebleven blaasjes weg zijn. Over het algemeen genomen, wordt de pil aangeraden als anticonceptiemiddel omdat een spiraaltje bloedingen kan veroorzaken. Na een mola-zwangerschap zal er wekelijks controle van het hCG-gehalte plaatsvinden om te controleren of het hCG zakt. De hoeveelheid hCG in je bloed is immers een indicatie van hoe actief de achtergebleven blaasjes zijn. Zodra het hCG weer normale waarden vertoont, zal de bloedcontrole één keer per maand plaatsvinden. Gemiddeld duurt het 3 tot 4 maanden voordat de hCG waarden weer normaal zijn. Het advies is om nadat de hCG waarden weer normaal zijn, nog een half jaar te wachten met opnieuw zwanger worden.

Een enkele keer komt het voor dat het hCG niet (voldoende) daalt. In dat geval zijn er teveel blaasjes in het lichaam achtergebleven en is de mola nog actief. We noemen dat persisterend trofoblast. De blaasjes kunnen dan weer verder gaan groeien en zich via de bloedbaan verplaatsen naar andere delen van het lichaam. Dit kunnen bijvoorbeeld de longen zijn, maar ook andere organen kunnen worden aangedaan. Als het hCG weer stijgt of niet voldoende daalt, is het nodig om te behandelen met chemotherapie. Chemo is een celdodend middel wat de blaasjes dood. De kans op genezing is zeer groot en er is geen verhoogd risico op onvruchtbaarheid.

Als er geen kinderwens meer bestaat, kan verwijdering van de baarmoeder (hysterectomie) ook overwogen worden. Na een persisterende trofoblast is het advies om niet binnen een jaar nadat de hCG waarden weer normaal zijn, opnieuw zwanger te raken.

Er is slechts een heel kleine kans op herhaling van een mola-zwangerschap

Na een eerdere mola zwangerschap wordt er vroeg in de zwangerschap een echo gemaakt om te controleren of het deze keer wel goed is. Als alles goed is (en die kans is heel groot) mag je bij een volgende zwangerschap gewoon onder controle van een verloskundige. Er zijn geen verhoogde risico´s op complicaties.

Een buiten baarmoederlijke zwangerschap

Wat zijn de risico's van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en hoe herken je het?

Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap (BBZ) is een zwangerschap waarbij het vruchtje zich niet in de baarmoeder, maar buiten de baarmoeder nestelt. Normaal vindt de bevruchting in de eileider plaats, maar verplaatst het bevruchte eitje zich vervolgens naar de baarmoederholte waar het na ongeveer 4 tot 5 dagen aankomt. In het geval van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap zit het vruchtje meestal in de eileider, maar kan ook in de eierstok, in de wand van de baarmoeder (in plaats van de baarmoederholte waar het hoort) of in de buikholte zitten.

Bij 1 op de 100 zwangerschappen verplaatst de bevruchte eicel zich niet naar de baarmoederholte, maar blijft zitten in de eileider (een BBZ zit meestal in de eileider). De kans dat dit gebeurt wordt groter wanneer er beschadigingen aan de eileider zijn. Deze beschadigingen kunnen ontstaan door een ontsteking in de onderbuik. Bijvoorbeeld door een gesprongen blindedarm of chlamydia.

Ook een operatie aan de buikholte of een spiraaltje vergroten de kans op een BBZ. Ook na een IVF, DES dochters en na langdurige onvruchtbaarheid is er een verhoogd risico op een BBZ.

Het risico van een buiten baarmoederlijke zwangerschap, die in de eileider zit, is dat de eileider barst en daardoor definitief beschadigd raakt.

Symptomen buitenbaarmoederlijke zwangerschap

In het begin van de zwangerschap zijn er vaak geen klachten. Meestal beginnen de klachten tussen de 5 en 12 weken.

  • Buikpijn aan een van beide zijden
  • Vaginaal bloedverlies
  • Pijn in de schouderstreek
  • Flauwvallen
  • Misselijkheid

Deze verschijnselen doen zich voor bij een niet acute vorm van een BBZ; voordat de eileider barst.
Een acute vorm, dat is als de eileider barst geeft andere symptomen;

  • Heftige pijn
  • Bloeddrukdaling
  • Snelle pols
  • Bleke huid
  • Shockverschijnselen

In dit geval zal er direct een spoedoperatie worden uitgevoerd.

Onderzoek om een buitenbaarmoederlijke zwangerschap te vinden of uit te sluiten

Door middel van een echoscopie kan worden vastgesteld of de zwangerschap zich intra uterien (in de baarmoeder) of erbuiten bevindt. Deze (vaginale) echo wordt gemaakt als er de zwangerschapstest positief is en er klachten zijn die kunnen duiden op een BBZ. Als op de echo geen vruchtje wordt gezien, niet in de baarmoeder en ook niet in de eileider, dan wordt door middel van bloedonderzoek het gehalte aan zwangerschapshormoon (hCG) gecontroleerd. Blijkt het hCG hoog te zijn dan is de kans op toch een BBZ groot en zal het bloed iedere paar dagen gecontroleerd worden. Als het hCG daalt, ruimt het lichaam de BBZ zelf op.

Behandeling van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap

Afbreken zwangerschap: In geval van een BBZ zal de zwangerschap altijd worden afgebroken en zal de arts dat op een manier proberen dat onvruchtbaarheid voorkomen wordt. Hoe eerder een BBZ wordt ontdekt, hoe kleiner de kans dat er blijvende gevolgen zullen zijn.

In de meeste gevallen is een operatie noodzakelijk. Soms kan dit een kijkoperatie zijn, maar dit is afhankelijk van de klachten en of er bloed of andere afwijkingen in je buik zitten. De arts zal altijd proberen een eileidersparende operatie te doen. In dat geval wordt er een sneetje in de eileider gemaakt en wordt de vrucht verwijderd. Als de vrucht te groot is of als de eileider al gesprongen is, is een sparende operatie niet mogelijk en zal de eileider (en heel soms ook de eierstok) verwijderd moeten worden.

Als het hCG laag is, is het soms mogelijk de BBZ te behandelen met medicijnen. Dit gebeurt door het toedienen van methotrexaat, welke wordt ingespoten in de spier. Dit medicijn werkt celdodend zodat de vrucht afsterft en door het lichaam zelf wordt opgeruimd. Controle of dit gewerkt heeft, vindt plaats door meting van het hCG gehalte in het bloed en het verdwijnen van de symptomen.

Opnieuw zwanger worden na een buiten baarmoederlijke zwangerschap

Na een operatie waarbij één eileider is verwijderd, ben je gewoon vruchtbaar. Tenminste als de andere eileider normaal intact is. Het risico dat je na een BBZ onvruchtbaar bent, is ongeveer 10% (in die gevallen was de andere eileider al eerder beschadigd door bijvoorbeeld een infectie), 30% wil na een BBZ niet meer zwanger worden en 60% raakt wel weer zwanger.

De kans op herhaling is 12%. Daarom is het belangrijk bij een volgende zwangerschap dit direct te melden bij je arts of verloskundige. Er zal een vroege echo gemaakt worden om te bepalen of de vrucht deze keer wel in de baarmoederholte is ingenesteld.

Als je behandeld bent met medicijnen is het advies om minimaal 3 maanden te wachten met opnieuw zwanger worden. Ben je behandeld door middel van een operatie, dan is het advies om 1 menstruatie af te wachten, daarna mag je weer zwanger worden.

Herhaalde miskramen (habituele abortus)

Habituele abortus is het woord dat artsen gebruiken bij vrouwen die 3 of meer opeenvolgende miskramen hebt gehad. De kans op een miskraam is bij iedere zwangere ongeveer 10 tot 15%. Als je één keer een miskraam hebt gekregen, is het risico op een miskraam bij een volgende zwangerschap bijna niet verhoogd. Maar na twee miskramen wordt die kans ongeveer 25% en na drie miskramen 35%. Dat lijkt heel hoog, maar realiseer je ook dat er dan nog steeds 65% kans is dat de volgende zwangerschap wel goed verloopt.

Als je 3 of meer miskramen achter elkaar hebt gehad, is het advies om te laten onderzoeken of er een achterliggende oorzaak bij de vrucht of bij jullie te vinden is. Bij slechts 15% van de paren wordt een oorzaak gevonden.

Lekker en gezond eten tijdens je zwangerschap.
Niet alleen voor jezelf, ook voor je nog ongeboren kindje.

Met een zelfverzekerd gevoel bevallen?
In deze cursussen antwoorden op al jouw vragen.

Leer alle signalen van je baby kennen.
Én hoe je hier het beste op kunt reageren.

Gerelateerde berichten
Verlies, Over Miskramen En Doodgeboorte Door Babyopkomst
Rondom geboorte overleden

De schok is enorm, wat komt er allemaal op jullie af?

Ik Ben Zwanger Artikelen Baby Op Komst
Onderwerpen A-Z zwanger

Makkelijke lijst met alle onderwerpen op alfabet

stress in zwangerschap
Omgaan met stress in zwangerschap

Overmatige stress heeft grote gevolgen voor je baby in de baarmoeder én daarna. Hoe zit dat en wat kun je Lees meer

Pregnant Woman On The Balance
Hoeveel mag je aankomen in zwangerschap?

Hoeveel je mag aankomen is afhankelijk van je gewicht van vóór de zwangerschap. Probeer je aan de richtlijnen te houden.

Seks In De Zwangerschap Is Het Veilig En Wat Mag Wel Of Liever Niet
Seks tijdens zwangerschap

Wat mag wel of niet qua seks in de zwangerschap?